Majeurtoonladder
De basis van vrijwel alle westerse muziek. Zeven noten met het bekende do-re-mi-gevoel: vrolijk, open en stabiel.
Patroon in C (frets 1–5)
Oranje stippen zijn de grondtoon (C). Onderste lijn is je dikste snaar (lage E) — precies zoals je op je eigen hals neerkijkt.
Noten in C
C – D – E – F – G – A – B
Intervallen
1 – 2 – 3 – 4 – 5 – 6 – 7
Wanneer gebruik je deze toonladder?
Pop, folk, country en als fundament voor alle muziektheorie.
Zo oefen je hem muzikaal
- Op en neer met de metronoom — één noot per tel op 60 bpm, daarna achtsten. Dit traint de vingerzetting.
- In groepjes van drie — speel drie noten, begin één noot hoger, herhaal. Dit traint soepelheid.
- Als mini-solo — speel drie tot vijf noten, laat rust vallen en antwoord jezelf. Dit traint muziek. Sla deze stap nooit over.
Meer context nodig? In de pentatoniek-les van het leerpad leer je stap voor stap hoe je van patroon naar improvisatie komt.