Toonladders
Je hebt er maar een paar écht nodig. Begin bij de mineurpentatoniek — de rest komt wanneer je muziek erom vraagt.
Wil je een patroon in een andere toonsoort zien? Gebruik de fretboard-verkenner.
- 1 Majeurtoonladder De basis van vrijwel alle westerse muziek. Zeven noten met het bekende do-re-mi-gevoel: vrolijk, open en stabiel. Gebruik: Pop, folk, country en als fundament voor alle muziektheorie.
- 2 Natuurlijke mineurtoonladder De donkere tegenhanger van majeur. Zelfde noten als de parallelle majeurtoonladder, maar met de zesde toon als thuisbasis. Gebruik: Rock, ballads, singer-songwriter en alles met een melancholische klank.
- 3 Mineurpentatoniek Vijf noten, nul misser-noten. Dé toonladder waar vrijwel elke gitaarsolo op leunt — van blues tot hardrock. Gebruik: Solo’s en improvisatie in rock, blues en pop. Begin hier als je lead wilt spelen.
- 4 Majeurpentatoniek De vrolijke variant van de pentatoniek. Zelfde vingerzettingen als de mineurpentatoniek, drie frets lager gedacht. Gebruik: Country, pop en vrolijke solo’s. Denk aan de gitaarklank van veel zomerhits.
- 5 Bluestoonladder De mineurpentatoniek plus één extra spanningsnoot: de blue note (b5). Die ene noot maakt het verschil tussen netjes en rauw. Gebruik: Blues, bluesrock en overal waar je solo wat meer vuil mag klinken.